AANLEVERSPECIFICATIES IN HET KORT

  • Gebruik “CMYK” als kleurenprofiel
  • Een resolutie van 300 DPI
  • 3 mm afloop (bleed), de achtergrond dient door te lopen over afloopgebied
  • Geen snijtekens, kleurlijsten of printmarkeringen
  • Een laag (flatten image)
  • PDF/X-1a:2001

Vragen? We staan klaar voor je, neem gerust contact op met ons.

Lever je drukbestand altijd in PDF aan. Kies voor de preset: PDF/X-1a:2001 met kleurprofiel: Fogra 39. Dan weet je zeker dat jouw bestand overal uitgelezen kan worden..

Zorg ervoor dat de afmetingen van het drukwerk dat je aanlevert exact overeen komen met het ‘eindformaat’.

  • DIN-formaten (Ook wel A- en B-formaten)
    Posters, flyers, folders, brochures, magazines en briefpapier worden doorgaans in deze ’standaard’ maten gedrukt.
  • Veiligheidsmarge
    Zorg ervoor dat je voldoende ruimte behoudt tussen belangrijke beeldelementen en het afloopgebied. Zo voorkom je dat belangrijke delen van je ontwerp weg worden gesneden. Wij raden altijd aan een veiligheidsmarge van ten minste 3 mm aan te houden.
  • Afloop (Snijmarge, ook wel Bleed)
    Veel drukwerk wordt na het drukken op maat gesneden, of ook wel “schoon gesneden”. Daarom is het gebruikelijk om in het aan te leveren drukbestand een extra snijmarge toe te voegen. Het is gebruikelijk om hier een marge van 3 mm aan te houden. Dit is een snijrand die aan de afmetingen van je document wordt toegevoegd.
    Om witranden te voorkomen kun je het beste de achtergrond van ontwerp doortrekken naar de snijraden.
  • Eindformaat
    Dit is het daadwerkelijk formaat van het drukwerk. Heb je een A2 poster besteld dan is het eindformaat van 420 x 594 mm. Wanneer je het document echter aanlevert met 3 mm afloop heeft het bestand een formaat van 426 x 600 mm.
  • Positionering/Rotatie:
    Wanneer je product meerdere zijdes heeft, zorg dan dat de beeldelementen op elke zijde goed gepositioneerd staan. Heb je bijvoorbeeld een dubbelzijdige flyer met liggend formaat, dan is het handig om de voor en achterkant beide liggend te maken. Dit noemen we ook wel rotatie.

Zorg ervoor dat de afmetingen van het drukwerk dat je aanlevert exact overeen komen met het ‘eindformaat’.

  • CMYK (Proceskleuren)
    Zorg dat de bestanden die je aanlevert voor full color bedrukking in CMYK staan. Bij een Full color bedrukking worden de kleuren samengesteld door 4 inktpatronen: Cyan, Magenta, Yellow en Key waarbij Cyaan een lichtblauwe kleur is, Magenta een roze tint en Yellow geel is. Key staat voor de donkerste delen van je drukwerk. Bij het drukken van je ontwerp worden deze vier kleuren op basis van je document gemengd.
    Diep zwart
    Bij het aanleveren van drukwerk wordt vaak de foute aanname gemaakt dat puur zwart wordt samen gesteld door Cyaan: 0%, Magenta: 0% , Yellow: 0% en Key op 100%. De zwarte kleuren zullen dan echter in een licht zwarte kleur bedrukt worden.
    Om beeldelementen in je drukwerk een puur zwarte kleur te geven stel je de volgende dekkingspercentages in. Cyan: 50%, Magenta: 40%, Yellow: 40% en Key: 100%. Oftewel een CMYK verhouding van 50/40/40./100. Op je scherm zul je geen verschil zien maar het toepassen van diep zwart zal grote invloed op je drukwerk hebben. Kleurdekking: Zorg ervoor dat je drukwerk geen hogere kleurdekking heeft dan 280%. Met een te hoge kleurbedekking is er kans dat er vlekken in je drukwerk ontstaan.
    Gebruik minstens 10% dekking van elke tint, bij lagere waarden kunnen kleuren wegvallen.
  • PMS (Pantone Kleuren)
    ‘Pantone Matching System’; dit betreffen kleuren die door het bedrijf Pantone zijn samen gesteld en geselecteerd worden met een unieke code. Dit kleurensysteem wordt wereldwijd gebruikt en zorgt ervoor dat de drukker precies weet welke kleur hij moet gebruiken. PMS kleuren worden daarom vaak gebruikt bij huisstijlen en logo’s om te waarborgen dat alle uitingen in de juiste kleuren worden gemaakt. Daarnaast wordt het ook vaak gebruikt om kleuren die met Full Color niet te drukken zijn toe te voegen aan je drukwerk. Bijvoorbeeld een fluoriserende oranje, of geeltinten of goud.
    Je kunt maximaal 4 PMS kleuren per drukwerk toevoegen
  • RGB (ongeschikt voor drukwerk)
    RGB (Red, Green, Blue) wordt gebruikt bij de kleurenopbouw van schermen en zijn daarom niet geschikt om je drukwerk in aan te leveren. Wanneer een drukbestand met RGB kleuren wordt aangeleverd worden deze automatisch omgezet naar CMYK. Dit kan er echter voor flinke kleurverschillen zorgen. We raden het daarom ten sterkste af om je bestanden in RGB aan te leveren.

Een lettertype als ‘Arial’ of ‘Helvetica’ zal vaak nog door verschillende computers weergegeven kunnen worden. Wanneer je in je ontwerp echter een minder bekend ‘font’ gebruikt en deze niet ingesloten is in je document zal de computer van de DTP-er of de drukker het font niet herkennen en zullen je lettertypen in het drukwerk er anders uit zien dan de bedoeling is.

  • Lettercontouren
    Het is altijd aan te raden om de teksten in je document om te zetten naar lettercontouren. Zo voorkom je dat het door jouw gebruikte lettertype niet herkent wordt door de computer van drukker en wordt omgezet naar een ander (willekeurig) lettertype.
  • Lettertype insluiten
    Een andere manier om je ervoor te zorgen dat je wel herkent wordt is om je fonts in te sluiten. Wanneer je in Photoshop, Illustrator, Indesign of Adobe Acrobat een PDF opslaat of exporteert krijg je in een dialoogvenster de mogelijkheid Lettertypen insluiten. Zorg dat deze is aangevinkt.

Een lettertype als ‘Arial’ of ‘Helvetica’ zal vaak nog door verschillende computers weergegeven kunnen worden. Wanneer je in je ontwerp echter een minder bekend ‘font’ gebruikt en deze niet ingesloten is in je document zal de computer van de DTP-er of de drukker het font niet herkennen en zullen je lettertypen in het drukwerk er anders uit zien dan de bedoeling is.

  • Vectoren
    Veel illustraties en typografie worden gemaakt in vector. Dit zijn paden met een begin- en eindpunt. Het grote voorbeeld van beeldelementen in vector is dat deze elementen schaalbaar zijn zonder kwaliteit te verliezen. Het is dus altijd aan te raden om elementen in vector te laten staan.
  • Pixels
    Wanneer je een foto in je ontwerp gebruikt zal deze echter wel in pixels aangeleverd worden. Het is dan van belang dat de resolutie hoog genoeg is. Met een resolutie van 300 DPI (300 pixels per 2,54 centimeter) zit je altijd goed. Voor grotere bestanden, bijvoorbeeld bouwhekbanners of grote posters, is een resolutie van 150 DPI ook voldoende. Vaak omdat deze uitingen vaak van een afstand bekeken worden.
  • Lijnen
    Lijnen dunner dan 0,5 pt zijn mogelijk niet zichtbaar in het drukwerk.

Er zijn veel manieren om je drukwerk te ontwerpen en drukklaar te maken. De meeste ontwerpers gebruiken Adobe Creative Suite programma’s om je drukwerk in te ontwerpen en drukklaar te maken. Om de kwaliteit van je product te waarborgen raden wij aan om een van deze programma’s te gebruiken:

  • Adobe Indesign
    Dit programma is speciaal ontworpen om de layout van documenten in op te maken. Zo kun je gebruik maken van handige tekstbewerkings tools en andere handige gereedschappen om kolommen in te delen.
    Een indesign bestand heeft de extensie “.indd”. Om je drukwerk aan te leveren kun je echter het beste je document exporteren naar PDF. Bekijk hier onze bestandsspecificaties.
  • Adobe Illustrator
    Zoals de naam van het programma al aanduidt is dit programma vooral bedoeld om illustraties te maken. Illustrator maakt gebruik van vector, dat zijn lijnen met een begin en eindpunt en daarom nooit hun resolutie verliezen.
  • Adobe Photoshop
    Photoshop is voor het opmaken van drukwerk het minst geschikt. Het is vooral bedoeld om foto’s te bewerken en effecten toe te voegen. Omdat het programma met pixels werkt zul je echter goed op de resolutie moeten letten. Lees hier meer over resolutie.